WILLY SCHOLTE VAN DE UILEVLUCHT
“Als ik nog eens een gelukkie heb,
is het een gelukkie met pech”,
zo was het ook met de Scholtes
Drachten. – Er zit nauwelijks muziek meer in het drijven van een geluidstechnisch bureau.
Dat is mede het gevolg van het feit dat in de afgelopen tien jaar veel, vooral sportverenigingen een eigen geluidsinstallatie hebben aangeschaft. Ook steeds meer ijsbanen worden uitgerust met een eigen geluidsinstallatie. Met die ontwikkeling wordt de heer W. Scholte van de Uilevlucht 10 ook gekonfronteerd. Omdat zijn geluidstechnisch bureau niet lonend is, heeft de heer Scholte – voor zijn uitgebreide vriendenkring Willy – in het laatste decennium zijn toevlucht moeten zoeken in allerlei nevenwerk om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien.
Ontslag bracht Drachtster jeugd in beroering.
Vele jaren geleden ging hij nog met damesbladen op stap om die rond te brengen, maar doordat hij overspannen wed moest hij ermee ophouden. Dank zij zijn veelzijdige belangstelling voor muziek kreeg hij ruim vier jaar geleden vast werk.
Die bijverdienste was zeer welkom.
De N.V. Friteko (waarin drie platenzaken uit Leeuwarden verenigd waren) vroeg in 1964 een verkoper voor een toen te openen platenwinkel in Drachten. De heer Scholte Was er als de kippen bij en het ei was al gauw gelegd: hij werd aangenomen.
Op 10 september ’64 begon hij met volle moed in zijn nieuwe werkkring.
Met overgave wierp hij zich op de platenhandel, was er soms letterlijk dag en nacht mee bezig en offerde de vakantiedagen er aan op. De heer Scholte: “De mensen zeiden toen tegen mij: “Willy nou hast it foun”. Daar was ik ook van overtuigd. Ik beschouwde de platenzaak als mijn eigen winkeltje”. Mede dank zij zijn werklust ging de omzet ieder jaar omhoog. De talrijke kontakten die hij als geluidstechnicus op feestavonden en ijsbanen pleegt te leggen, kwamen hem van pas.
Vooral de (school)jeugd wist het winkeltje van Scholte als het ware met de ogen dicht te vinden. “Mijn klanten en ik voelden zich daar thuis. De jeugd liet ik zoveel mogelijk de vrije hand, ze mochten platen draaien, de verschillende tienerbladen doorkijken zonder dat ze er een blad hoefden te kopen”, zegt Willy Scholte. Het kwam meer dan eens voor dat de scholieren tussen de middag in de box een langspeler draaiden terwijl ze hun brood konsumeerden. Zo kabbelde die aangename tijd vier en een half jaar voort. Begin dit jaar kwam de ontluistering. De heer Scholte werd bij zijn baas in Leeuwarden geroepen die hem meedeelde dat de gang van zaken tot het nemen van maatregelen noopte.
Komité
Toen enkele jeugdige Drachtsters, trouwe bezoekers van de platenzaak, van het ontslag hoorden werd er spontaan een komité gevormd, dat op 21 januari j.l. de direkteur van Friteko een brief stuurde, waarin geprotesteerd werd tegen het ontslag.
Het komité bestond uit: R. Munniksma, J. Bekkema, H. Frieswijk, C. Hofstra en J. Bijlsma. Het Komité zou zijn plannen om een handtekeningenaktie te voeren, verwezenlijkt hebben als de heer Scholte er niet een stokje voor zou hebben gestoken. Zonodig wilde men met spandoeken door de plaats gaan. De heer Scholte stelt echter een dergelijke publiciteit niet op prijs hoewel dat betoon van solidariteit hem goed doet. Kortgeleden zat hij nog wat verbitterd in huis. “Door die platenzaak had ik me maatschappelijk wat omhoog gewerkt, nu ben ik weer terugvallen. De klok is vier en een half jaar teruggezet”, zei een piekerende Willy Scholte.
En verder: “De eerste dagen na mijn ontslag werd ik door vele mensen opgebeld die mij steun toezegden. In de zaak hebben sommige met tranen in de ogen afscheid van mij genomen. Maar de mensen vergeten zo snel, het is de vraag of ik nog wel aan de slag zal kunnen komen”. Die vraag is sedert kort positief beantwoord, want enige dagen geleden is hij met de heer M. Talman, eigenaar van het installatiebedrijf aan de Zuidkade, overeengekomen dat hij daar naar eigen inzicht een platenafdeling mag opbouwen. De heer Scholte is sindsdien een heel andere man …
Aan het geluidstechnisch bureau van Willy Scholte gaat een hele historie vooraf. De basis voor het bureau werd in de dertiger jaren door zijn vader, de heer Albert Scholte, gelegd. De muziek nam bij het gezin Scholte een grote plaats in. De vader van Albert Scholte, jager van beroep, was niet alleen bedreven in het geweerschieten maar ook in het vioolspelen.
Op de motor
Albert Scholte vormde in het begin van de dertiger jaren met zijn drie zoons Jan (in 1939 overleden), Binne en Frans “Scholte’s Muziekgezelschap” dat door heel de provincie trok. Aanvankelijk was het een straatmuzikantengroep. Vader Scholte fiedelde dat het een lust was, Jan hanteerde de accordeon, Frans bespeelde de trompet en Binne was slagwerker en zanger. In de beginjaren trokken vader en zoons op twee oude, brullende motoren (Harley Davidsons) en met gympies aan erop uit.
De straatmuziek was de bron van inkomsten voor het gezin. De verdiensten waren voor die (krisis)tijd niet slecht: per dag haalden men ongeveer twintig gulden op, maar dat kon alleen door vrijwel dag en nacht te werken. ’s Avonds werden de halve centen, centen en de enkele dubbeltjes geteld. Pa Scholten en zonen waren indertijd nog niet uitgerust met een geluidsinstallatie waarvoor zij de financiën niet bezaten. Het geluid werd enigszins “versterkt” door een primitieve megafoon.
Het muziekgezelschap was uiteraard ook dikwijls in Drachten te vinden. Op verzoek van wijlen de heer Barendsen werden er steevast enige nummers gespeeld op de stoep voor de apotheek in de Noorderbuurt. Iedere keer kregen de musici na afloop van de heer Barendsen die zichtbaar genoot van de muziek, een gulden, waarmee vader Scholte en de zijnen zeer in hun schik waren.
Albert Scholte was een vindingrijk man die niet gauw bij de pakken neerzat. Toen bleek dat het trekken op de motoren te koud werd, schafte hij – zij het dan dat hij botje bij botje moest leggen – een oude T-Ford aan.

Kasten
Ook bouwde hij zelf een paar geluidsversterkers, twee enorme kasten afkomstig uit een bioscoop
in de Wagenstraat te Den Haag. Dat was in die tijd, omstreeks 1936, toen het gezelschap steeds meer gevraagd werd op feestavonden en grote tenten. Zo ontstond het geluidstechnisch bureau van de heer A. Scholte. De laatste jaren voor de oorlog onderging de straatmuzikantengroep een metamorfose. De naam werd veranderd in “The swinging brothers” bestaande uit de vier broers Jan, Binne, Frans en Rapke Scholte. Zij traden keurig gekleed in zalen en feesttenten op. De gympies werden vervangen door blinkende zwarte schoenen …
Onderwijl hield vader Scholte zich be zig met het doen van uitvindingen. Hij fabriceerde in samenwerking met de heer Ine Terpstra uit Drachten een petroleumvergasser, die op de auto gemonteerd kon worden. Men startte de motor op benzine waarna overgeschakeld kon worden op petroleum. Het rijden op petroleum was namelijk stukken goedkoper. Verschillende notabelen in Drachten volgden zijn voorbeeld. Er kleefde echter één bezwaar aan de petroleumvergasser: de rookontwikkeling was zeer groot. Wanneer de chauffeur na het starten van benzine op petroleum overschakelde zag je meer rook dan auto …
Door het vroegtijdig overlijden van Jan Scholte die toen hij in 1939 stierf 24 jaar was, kwam ook een einde aan het bestaan van de “The swinging brothers”. Na de oorlog begon de heer A. Scholte zijn geluidstechnisch bureau weer op te bouwen. Hij moest helemaal opnieuw beginnen omdat hij in de bezettingstijd al het materiaal was kwijtgeraakt. Met een gehuurde auto en een zelfgebouwde versterker trok hij naar de verschillende festiviteiten.
Toen de heer Scholte sr. in ’48 in ’t harnas stierf – hij werd op een bijeenkomst te Gr.-Opende dood achter de installatie aangetroffen – nam Willy Scholte het bureau over. Bovendien nam hij nog de zorg van zijn hulpbehoevende moeder op zich, die sedert de dood van haar zoon Jan in 1939, invalide was. Zijn broers Binne, Frans en Rapke waren inmiddels getrouwd en uit huis.

In de eerste jaren waarin hij het bureau dreef, had Willy Scholte het niet te ruim. Aanvankelijk vervoerde hij zijn apparatuur op een oude bakfiets en reed daarmee de omgeving af. Op de ijsbanen in Beetsterzwaag, Boornbergum, Rottevalle en natuurlijk ook in Drachten werd Willy Scholte een graag geziene gast. Toen de zaken wat beter liepen kon hij een oude Mercedes kopen en een betere geluidsapparatuur aanschaffen. Zijn broer Frans woont nu in Heerenveen. Hij is daar oprichter en leider van het Batavus-orkest. Frans Scholte heeft jaren geleden deel uitgemaakt van Gerard Lebon en de Tiroler Holzhakkerbub’n. Binne heeft enige jaren gespeeld bij het ensemble van Eddy Christiani en woont thans in Apeldoorn. Rapke tenslotte is de muziek “ontrouw” geworden. Hij is als fabrieksarbeider werkzaam in Amsterdam.
Willy Scholte kijkt met een wat weemoedige glimlach op de vroegere tijd terug. “Het had zo mooi kunnen zijn”, mijmert hij, “als de tragiek ons gezin niet parten had gespeeld. Als ik nog eens een gelukkie heb, is het een gelukkie met pech, was een bekend liedje van voor de oorlog van Peter Pech. Zo was het met de Scholtes ook.”