Ergens in 1969 of zo kwam ik in aanraking met Bowe van der Wal.  Bowe zijn vriendin woonde in Bakkeveen, het dorpje waar ik ook vertoefde.

Ik speelde daar in de plaatselijke fanfare o.a. tenor/alt en sopraansaxofoon. Bowe kwam uit Haulerwijk en had daar met vrienden een bandje Exulting Force geheten. Er werden o.a. covers gespeeld van Percy Sledge, Otis Redding, Them, Rolling Stones etc. Ook stonden er blueszaken op de setlist. Men dacht daar iemand op de saxetoeter nodig te hebben. Het duurde allemaal niet zo lang want daar kreeg ik, omdat ik ook sousafoon in een boerenkapel speelde, al snel belangstelling voor de basgitaar. Dat vond ik veel leuker. Kortom dit saxofoongedoe in een bandje was niks voor mij. Het duurde dan ook maar enkele maanden. Niet veel later had ik mijn eigen Diamond bas & versterkerspullen van Dynacord. Op mijn zolderkamer zat ik vaak en veel te prutsen en `k weet zeker dat mijn huiswerk van de middelbare school er flink onder te lijden heeft gehad. Mijn moeder draaide als ik huiswerk moest maken en ik natuurlijk weer met de bas zat te prutsen met Cuby and the Blizzards, gewoon de knoppen in de zekeringkast om... Wat er daarna van Exulting Force geworden is weet ik niet meer. Dat drummer Mindert Cats niet veel later verongelukt is weet ik me nog wel te herinneren. Vrij snel na dit korte avontuur speelde ik in Spirits Rose. De ontmoeting met Bowe was er later de oorzaak van dat ik in 1988/89 de bas ging hanteren in Bricquebec.

Marius Bamberger